Rongrong Li李荣荣 kunst | cultuur | taal

Ja is niet altijd ja

Toen ik net in Nederland woonde, vroeg mijn buurvrouw of ik zin had om koffie te komen drinken. Ik zei: ‘Nee, dank je, ik wil je niet tot last zijn.’ Ik verwachtte dat ze het nog een keer zou vragen. Zo gaat dat in China: je weigert eerst beleefd, de ander dringt aan, en de tweede of derde keer zeg je ja. Mijn buurvrouw knikte, zei ‘Oké, een andere keer dan!’ en deed de deur dicht.

Ik heb die middag in mijn eentje thee gedronken. En ik heb er veel van geleerd.

Ik woon nu al vele jaren in Nederland. Ik geef Chinese les, ik maak kunst van papier en ik leg vaak uit hoe dingen ‘bij ons’ gaan. Maar wie is ‘ons’ eigenlijk? Hoe langer ik hier woon, hoe meer ik merk dat ik in twee werelden tegelijk sta. In dit stuk schrijf ik op wat mij is opgevallen. Niet als regels, want elke Nederlander en elke Chinees is anders. Wel als kleine verhalen die mij hebben verrast.

Zeggen wat je denkt

Nederlanders staan bekend om hun directheid, en dat klopt. Een collega zei eens tegen me: ‘Je presentatie was te lang en de tweede helft was saai.’ Meteen daarna vroeg ze of ik mee ging lunchen. Ik was gekwetst, zij was het al vergeten.

In China zou bijna niemand dat zo zeggen. Wij praten om de zaak heen. We zeggen ‘misschien kun je nog eens naar het tweede deel kijken’ en gaan ervan uit dat de ander het begrijpt. Dat heeft te maken met miànzi (面子), gezicht. Je wilt niet dat iemand zijn gezicht verliest, zeker niet waar anderen bij zijn. Kritiek geef je onder vier ogen, en voorzichtig verpakt.

Inmiddels waardeer ik de Nederlandse manier. Je weet waar je aan toe bent. Maar ik heb ook gemerkt dat Nederlanders het Chinese ‘misschien’ vaak niet horen. Als een Chinese cursist zegt ‘dat is een interessant idee’, bedoelt hij soms gewoon: nee.

Papierkunst: een rood en een blauw vel, verbonden door een gele strook
Twee oevers, één verbinding. Zo voelt het vaak om tussen twee culturen te leven.

De agenda

Mijn eerste verjaardag bij Nederlandse vrienden werd drie weken van tevoren gepland. Ik moest een datum kiezen uit een lijstje. In mijn familie belt mijn tante om vijf uur ’s middags: ‘We eten vanavond samen, kom je?’ En dan komt iedereen.

Ik vond de Nederlandse agenda eerst koud, alsof een vriendschap een afspraak bij de tandarts is. Nu zie ik het anders. Als een Nederlander tijd voor je maakt, dan is die tijd echt voor jou. Niemand kijkt ondertussen op zijn telefoon of er iets beters is. Een afspraak is een belofte.

Toch mis ik soms de spontaniteit. Gewoon langsgaan, zonder bericht vooraf. Dat durf ik hier nog steeds niet.

Samen eten

In China bestel je in een restaurant voor de hele tafel. Alle schalen staan in het midden en iedereen neemt overal een beetje van. De gastheer betaalt, en de anderen doen alsof ze willen betalen. Soms wordt er bijna om de rekening gevochten. Dat hoort erbij.

De eerste keer dat ik met Nederlandse collega’s uit eten ging, bestelde iedereen een eigen bord. Aan het eind rekende iemand met een app precies uit wat ieder moest betalen, tot op de cent. Ik schrok een beetje. Was dit niet ongezellig?

Een vriendin legde het uit: zo voelt niemand zich verplicht en staat niemand bij een ander in het krijt. Dat is ook een vorm van respect, alleen een andere dan ik gewend was. Bij mij thuis zet ik nog steeds alles in het midden. Mijn Nederlandse gasten vinden dat inmiddels het leukste deel van de avond.

Een glaasje heldere thee
In China drink je de hele dag thee, uit een glas dat steeds opnieuw wordt bijgevuld.

Cadeaus

Op een Nederlandse verjaardag pakt de jarige het cadeau meteen uit, waar iedereen bij is. Daarna zegt iedereen hoe mooi het is. In China leg je een cadeau eerst weg en maak je het later open, als de gever weg is. Dan hoeft niemand zich ongemakkelijk te voelen als het cadeau tegenvalt, of juist heel duur was.

Er zijn ook dingen die je in China beter niet geeft. Een klok bijvoorbeeld. ‘Een klok geven’ (送钟, sòng zhōng) klinkt precies hetzelfde als ‘iemand begeleiden naar zijn einde’ (送终). Een Nederlandse vriend gaf mijn moeder ooit een prachtige wandklok. Ze glimlachte en bedankte hem hartelijk. Pas later heb ik hem uitgelegd waarom ze die avond zo stil was.

Doe maar gewoon

‘Doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg.’ Dat zinnetje hoorde ik in mijn eerste jaar. Nederlanders houden niet van opscheppen. Wie goed is, hoeft dat niet te zeggen.

Chinese kinderen leren ook bescheiden te zijn, maar op een andere manier. Als iemand je een compliment geeft, zeg je: ‘Ach, het stelt niets voor.’ Of: nǎlǐ nǎlǐ (哪里哪里), letterlijk ‘waar dan, waar dan?’. Tegelijk zijn ouders enorm trots op diploma’s en prijzen, en dat laten ze graag zien.

Mijn Nederlandse cursisten moeten altijd lachen als ik ze leer hoe je een compliment afslaat. ‘Waarom zou je dat doen?’ vragen ze. Mijn Chinese vrienden schrikken juist als een Nederlander gewoon ‘dank je wel’ zegt. Is dat niet een beetje verwaand? Nee, het is gewoon een andere afspraak.

Wat ik meeneem

Na al die jaren merk ik dat ik van beide kanten iets heb overgenomen. Ik plan mijn verjaardag nu ook weken van tevoren, maar ik kook nog steeds voor twaalf als er acht mensen komen. Ik zeg vaker wat ik denk, maar liever niet waar anderen bij zijn. En als iemand mij koffie aanbiedt, zeg ik meteen ja.

Cultuurverschillen zijn geen muren. Ze lijken meer op de twee oevers van een rivier. Je hoeft niet aan één kant te blijven staan. Je kunt een brug bouwen en heen en weer lopen. Dat probeer ik in mijn lessen, in mijn kunst en in mijn eigen leven.

Herken je iets in dit verhaal, of heb je zelf iets meegemaakt met cultuurverschillen? Ik hoor het graag. Stuur me een bericht via de contactpagina.